Info

Waarom vluchtelingen niet terug KUNNEN keren naar hun land van herkomst.

 

Een belangrijke belemmering voor terugkeer is dat veel vluchtelingen geen documenten bezitten, doordat hun land al zo lang in oorlog is en er geen overheid functioneerde die officiele papieren kon verstrekken. Dat geldt o.a. voor delen van Somalie, Zuid Sudan, Sierra Leone en Liberia. Daardoor krijgen vluchtelingen geen terugkeer documenten van de ambassades van hun land van herkomst en kunnen ze niet terug.

Ook zijn er ambassades die wegens oorlog niet meer functioneren en dus geen ‘laissez passer’ verstrekken, zoals de ambassades van Libie en Jemen.

Een ander probleem is dat door de oorlog tussen Ethiopie en Eritrea destijds vluchtelingen zijn gedeporteerd van het ene naar het andere land, waardoor het niet duidelijk is naar welk land mensen moeten terug keren, en vluchtelingen van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Door politici wordt regelmatig gezegd dat ‘de rechter bepaald heeft dat de vluchteling is uitgeprocedeerd en men DUS moet vertrekken’. In de asielprocedure, als enige rechtsgang in Nederland, wordt in beroep en hoger beroep echter door de rechter slechts marginaal getoetst, dwz alleen gekeken of de procedure juist is gevolgd en heeft de rechter geen inzage in de dossiers. Er wordt dus niet inhoudelijk en vol beoordeeld of iemand terecht is afgewezen.

Deze gang van zaken gaat per 1 juni 2015 veranderen, dan zal er wel weer door de rechter naar de inhoud van de dossiers worden gekeken. Dit geldt echter niet meer voor de mensen die nu afgewezen zijn. Wij pleiten er voor ook de afgewezen vluchtelingen in de gelegenheid te stellen opnieuw hun aanvraag door de rechter te laten toetsen.

Het ‘buitenschuld’ criterium, dat vluchtelingen zouden moeten krijgen als ze buiten hun schuld niet kunnen vertrekken, functioneert niet. Het is zo bureaucratisch en ingewikkeld dat haast niemand aan de eisen kan voldoen. In 2013 waren er 160 aanvragen voor ‘buitenschuld’ waarvan er 10 zijn ingewilligd (bron: IND).

Vluchtelingen zonder documenten worden in veel gevallen afgewezen, omdat de IND hun identiteit niet gelooft, terwijl er geen aandacht wordt besteed aan de reden waarom ze zijn gevlucht. 25% van de afgewezen vluchtelingen slaagt er in, ondanks grote bureaucratische belemmeringen, toch een verblijfsvergunning te krijgen. Dit toont aan hoe onzorgvuldig de besluitvorming over asielaanvragen verloopt.

Lees ook het rapport, dat nog steeds actueel is, van Vluchtelingenwerk Nederland uit 2013.

Waarom is een paar weken opvang voor afgewezen vluchtelingen niet genoeg?

 

Tijdens het plenaire debat in de Tweede Kamer heden ochtend over het BBB akkoord voelen de vluchtelingen van Wij Zijn Hier zich gesteund door partijen D’66, GL, SP, Partij vd Dieren, CU en Groep Kuzu/Ozturk. Deze partijen tonen begrip voor het feit dat het probleem van veel afgewezen vluchtelingen niet is opgelost in een paar weken noodopvang. Ze benadrukken de menselijke kant van het probleem: veel vluchtelingen kunnen niet terug keren naar hun land vanwege oorlog en geweld en door administratieve problemen, punten die de regeringspartijen weigeren onder ogen te zien.

Waarom kunnen vluchtelingen vaak niet terug keren?

1. Geen documenten:

Veel vluchtelingen zijn in Nederland gearriveerd zonder documenten. Dat komt omdat een deel van de vluchtelingen:

– uit gebieden komt die al zo lang in chaos zijn dat er geen regeringen/ overheden waren om documenten te verstrekken, zoals bijv. Zuid-Centraal Somalie of Zuid Sudan.

– of omdat het oorlog was tijdens hun geboorte, zoals in Sierra Leone en Liberia, waar het lange tijd burgeroorlog is geweest en registratie van geboortes toen veelal niet voorkwam;

– of omdat ze uit gebieden komen waar het niet gangbaar is dat ouders aangifte doen van geboorte.

Deze vluchtelingen kunnen niet formeel aantonen wie ze zijn en waar vandaan ze komen en krijgen dan ook geen terugkeerdocument van de ambassade van hun land van herkomst.

2. Geen functionerende ambassade:

Een ander deel van de vluchtelingen is afkomstig uit landen waar het nu onrustig is of waar thans geen goed functionerende overheid meer bestaat. Deze vluchtelingen beschikken wel over een geboorte- of identiteitsbewijs maar kunnen geen terugkeerdocument krijgen omdat de ambassade nu niet of nauwelijks functioneert. Recente voorbeelden hiervan zijn Jemen en Libië. Zo is er een vluchteling die in december 2014 heeft gevraagd om een terugkeerdocument bij de Jemenitische ambassade maar tot op heden geen antwoord heeft omdat de overheid in Jemen de facto niet meer functioneert.

3. Naar welk land moeten ze terugkeren?

Het conflict tussen Ethiopië en Eritrea zorgt voor onoverkomelijke problemen bij terugkeer. Als je geboren bent op grondgebied van Ethiopië uit een Eritrese vader en een Ethiopische moeder, en je bent door Ethiopie gedeporteerd naar Eritrea, welke nationaliteit heb je dan? Zowel de Eritrese als de Ethiopische ambassade wijzen naar elkaar en de vluchteling wordt van het kastje naar de muur gestuurd.

Een deel van de vluchtelingen is als kind met hun ouders uit hun land van herkomst gevlucht. Zo zijn er bijvoorbeeld Somaliërs die met hun ouders als jong kind naar Saoedi Arabië zijn gevlucht en daar hun hele leven illegaal hebben gewoond. Saoedi Arabië neemt deze personen niet terug. Somalië neemt ze alleen terug als ze opgehaald worden door een familielid. Een aantal ambassades stelt als voorwaarde voor het verstrekken van een terugkeer- of identiteitsdocument dat een familielid in het land verblijft die de relatie met de vluchteling kan bevestigen en/of de terugkerende vluchteling zal ophalen en onderdak verlenen. (Somalië, Ethiopië, Eritrea). Deze groep heeft geen contacten meer met familie en komt dan niet in aanmerking voor een terugkeerdocument of identiteitsbewijs.

Dit zijn dus een aantal administratieve problemen waardoor een deel van de vluchtelingen niet terug kan, ook als ze dat wel willen. Voor vluchtelingen die niet terug kunnen moet een oplossing worden gevonden.

Door politici wordt regelmatig gezegd dat ‘de rechter bepaald heeft dat de vluchteling is uitgeprocedeerd en men DUS moet vertrekken’. In de asielprocedure, als enige rechtsgang in Nederland, wordt in hoger beroep echter door de rechter slechts formeel getoetst, dwz alleen gekeken of de procedure juist is gevolgd en heeft de rechter geen inzage in de dossiers. Er wordt dus niet inhoudelijk en vol beoordeeld of iemand terecht is afgewezen. Het is dus niet juist om nu te zeggen ‘dat de rechter heeft bepaald dat een vluchteling terecht is afgewezen, alleen de procesgang is beoordeeld. In de praktijk slaagt ongeveer 25% van de vluchtlingen alsnog, na lange periodes van bureaucratische verwikkelingen van vaak een jaar of langer, alsnog een verblijfsvergunning te verkrijgen. Bewijs van onzorgvuldige besluitvorming van IND.